ECLI:NL:OGEAA:2016:97
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering doorbetaling loon na ontslag tijdens arbeidsongeschiktheid
Eiser trad op 1 juli 2004 in dienst bij AAA en was wisselend arbeidsgeschikt vanwege behandeling van een goedaardige hersentumor. De directeur van de Directie Arbeid en Onderzoek verleende op 10 juli 2015 toestemming aan AAA om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. De bedrijfsarts verklaarde eiser op 26 oktober 2015 arbeidsgeschikt, waarna AAA haar ontsloeg met inachtneming van de opzegtermijn tot 31 januari 2016.
Eiser vorderde in kort geding doorbetaling van loon op grond van het ontslagverbod tijdens ziekte zoals neergelegd in artikel 7A:1615h lid 2 BW. De rechter oordeelde dat overtreding van dit ontslagverbod niet leidt tot nietigheid van het ontslag, maar slechts tot een onregelmatige opzegging. De arbeidsovereenkomst eindigde derhalve rechtsgeldig en eiser kon geen loonvordering baseren op het ontslagverbod.
Daarnaast rustte in een bodemprocedure de bewijslast op eiser om aan te tonen dat het ontslagverbod was geschonden. In dit kort geding was onvoldoende gebleken dat eiser op het moment van ontslag arbeidsongeschikt was. Het rapport van de bedrijfsarts en verzekeringsarts ondersteunde de arbeidsgeschiktheid, en AAA mocht vertrouwen op de medische beoordeling. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot doorbetaling loon na ontslag tijdens vermeende arbeidsongeschiktheid wordt afgewezen.