ECLI:NL:OGEAA:2018:136
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vertrouwensbreuk ondanks onvoldoende bewijs verduistering
Werknemer trad op 22 januari 2015 in dienst bij Monterrey, maar werkte feitelijk voor Del Sol als supervisor met een bruto maandloon van Afl 2.860,- plus vergoedingen. In de periode van 7 juni tot 15 juli 2016 merkte Del Sol op dat afstortingen niet werden bijgeschreven op haar rekening. Uit onderzoek van CMB Bank bleek dat op verschillende data geen afstorting had plaatsgevonden en dat werknemer niet op de beveiligingsbeelden te zien was.
Op 19 september 2016 werd werknemer op staande voet ontslagen door Del Sol, maar dit ontslag hield in kort geding geen stand omdat de arbeidsrelatie formeel met Monterrey bestond. Del Sol werd veroordeeld tot doorbetaling van loon waarna het ontslag werd ingetrokken en werknemer met behoud van loon geschorst.
Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst richtte zich op het verwijt van verduistering van gelden. Het Gerecht oordeelde dat Del Sol onvoldoende bewijs leverde voor de dringende reden en vertrouwensbreuk gebaseerd op verduistering. Hoewel het bewijs ontoereikend was, werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens vertrouwensbreuk, aangezien een vruchtbare arbeidsrelatie niet meer mogelijk was. Een vergoeding werd niet toegekend omdat werknemer sinds juli 2016 met behoud van loon thuis zat en geen poging deed terug te keren.
Sun Group werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek en proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgesplitst en niet inhoudelijk beoordeeld.
Uitkomst: Arbeidsovereenkomst ontbonden wegens vertrouwensbreuk zonder toekenning van vergoeding, Sun Group niet-ontvankelijk verklaard.