ECLI:NL:OGEAA:2018:233
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst wegens vermeende seksuele intimidatie
Grape Holding N.V. verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voorwaardelijk te ontbinden wegens vermeende seksuele intimidatie op de werkvloer. [verweerder] betwistte deze beschuldigingen en stelde dat het ontslag op staande voet onterecht was.
Tijdens de mondelinge behandeling op 9 april 2018 verschenen beide partijen met hun gemachtigden en werden nadere producties en pleitnota's uitgewisseld. Het Gerecht stelde vast dat bewijslevering in deze procedure niet aan de orde was en dat de stellingen van Grape onvoldoende aannemelijk waren gemaakt. De verklaringen van getuigen werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld, mede vanwege mogelijke belangenverstrengeling en tegenstrijdigheden.
Daarnaast oordeelde het Gerecht dat, zelfs indien sprake zou zijn van andere gedragingen dan seksuele intimidatie, deze niet als dringende reden voor ontslag konden gelden gezien het langdurige en vlekkeloze arbeidsverleden van [verweerder]. Een minder ingrijpende maatregel dan ontbinding zou passend zijn geweest. De conclusie was dat er geen grond was voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Het verzoek tot ontbinding werd afgewezen en Grape werd veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [verweerder], vastgesteld op Afl. 2.500,-.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens vermeende seksuele intimidatie wordt afgewezen vanwege onvoldoende bewijs en gebrek aan dringende reden.