ECLI:NL:OGEAA:2018:488
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verklaring voor recht over wijziging primaire arbeidsvoorwaarden en salarisaanpassing
Verzoekster trad op 1 februari 2010 in dienst bij de Staat der Nederlanden met een arbeidsovereenkomst waarin het salaris was gebaseerd op schaal 6 van de bezoldigingsregeling Aruba. In 2015 ontdekte de Staat dat verzoekster te veel salaris ontving door toepassing van onjuiste salaristabellen en kondigde een stapsgewijze verlaging aan over drie jaar.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze verlaging en stelde dat haar salaris correct was berekend volgens de salaristabellen van 1998. Zij vorderde een verklaring voor recht dat haar salaris steeds juist was vastgesteld en dat de handelswijze van de Staat wanprestatie of onrechtmatige daad opleverde.
Het Gerecht oordeelde dat de Staat door het niet vermelden van het brutoloon in de arbeidsovereenkomst en het jarenlang betalen van het hogere salaris, dit loon als overeengekomen moet worden beschouwd. De poging van de Staat om het loon achteraf te verlagen zonder instemming van verzoekster vormt een wijziging van een primaire arbeidsvoorwaarde en een tekortkoming.
Daarom verklaarde het Gerecht voor recht dat de handelswijze van de Staat een tekortkoming oplevert en veroordeelde de Staat in de proceskosten. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De Staat schiet tekort door zonder instemming het salaris van verzoekster te willen verlagen; verzoek tot verklaring voor recht wordt toegewezen.