Verzoekster was sinds 2001 in dienst bij Aventa als administratieve kracht en leed aan reuma, waarvoor zij in juli 2017 een medische operatie in Nederland moest ondergaan. Ondanks tijdige melding van haar medische uitzending en arbeidsongeschiktheid verklaarde Aventa haar op staande voet ontslagen wegens vermeend ongeoorloofd verzuim en weigering tot uitstel van de operatie.
Het Gerecht oordeelde dat verzoekster geen dringende reden gaf voor ontslag, aangezien zij zich ziek meldde met hoge bloeddruk en door de SVB arbeidsongeschikt werd verklaard. Het verwijt van Aventa dat verzoekster geen doktersbrief overlegde werd verworpen. Ook was het verzoek tot uitstel van operatie onredelijk, omdat uitstel de kans op succes van de operatie zou verminderen.
Het ontslag werd daarom onregelmatig geacht wegens niet in acht nemen van de wettelijke opzegtermijn en kennelijk onredelijk vanwege de ernstige gevolgen voor verzoekster. Het Gerecht veroordeelde Aventa tot betaling van een schadevergoeding van Afl. 60.000,--, cessantia-uitkering van Afl. 15.968,75 en een bedrag van Afl. 14.600,-- wegens onregelmatig ontslag, allen vermeerderd met wettelijke rente. Tevens werden de proceskosten aan verzoekster toegewezen.