Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
3.DE BEOORDELING
(…).
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De verzoekster vorderde dat het Gerecht verklaart dat zij nog steeds in loondienst is van het Land Aruba vanaf 1 februari 2018 en dat het Land haar binnen vijf dagen wedertewerkstelt. Tevens vorderde zij betaling van achterstallig loon en proceskosten. Het Land voerde verweer en stelde dat het de dienstbetrekking niet heeft hersteld, maar op 18 december 2018 de afkoopsom heeft betaald conform een eerdere beschikking.
Het Gerecht stelde vast dat het Land niet de noodzakelijke rechtshandeling tot herstel van het dienstverband heeft verricht en dat de verzoekster daardoor niet in dienst is. De betaling van de afkoopsom op 18 december 2018 was rechtsgeldig, omdat de beschikking pas op die datum aan het Land was betekend, waardoor het Land vanaf dat moment kon kiezen tussen herstel of betaling.
De verzoekster had de beschikking eerder moeten betekenen om het Land te dwingen vóór 15 december 2018 te kiezen, hetgeen zij naliet. Hierdoor kwam het risico van de late betekening voor haar rekening. De overige vorderingen, gebaseerd op het onjuiste uitgangspunt dat zij in dienst was, werden afgewezen. De verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat het Land werd vertegenwoordigd door een ambtenaar.
Uitkomst: Het verzoek tot wedertewerkstelling wordt afgewezen omdat het Land Aruba rechtsgeldig de afkoopsom heeft betaald.