De stichting Fundacion Parke Nacional Arikok verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een ranger wegens vermeend seksueel intimiderend gedrag en het bekijken van pornografisch materiaal tijdens werktijd. De werknemer was sinds 2002 in dienst en werd beschuldigd door een inleenkracht die haar werkzaamheden beëindigde vanwege intimidatie.
Het gerecht stelde vast dat het gedrag van de werknemer ongepast was, waaronder seksueel getinte opmerkingen en het openen van pornografische bijlagen op zijn telefoon. Hoewel dit gedrag de waardigheid van collega’s aantastte, was er geen sprake van fysiek contact of een langdurig patroon van wangedrag.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag geen dringende reden opleverde voor ontslag op staande voet, mede gelet op het lange dienstverband en het ontbreken van eerdere klachten. Ook werd geoordeeld dat het gedrag niet zodanig was dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst redelijkerwijs onmogelijk was. Het verzoek tot ontbinding werd daarom afgewezen en Arikok werd veroordeeld in de proceskosten.