Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoeker 1], geboren op [geboortedatum] 1958 (verzoeker 1)
[de minderjarige],(verzoekster 2)
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekers, allen van Afghaanse nationaliteit, zijn op 21 februari 2020 Aruba binnengekomen en toegelaten met een 0-dagen termijn. Hun asielaanvragen zijn op 23 maart 2020 afgewezen en zij zijn bevolen Aruba onmiddellijk te verlaten. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen deze besluiten en een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder bevoegd is tot uitzetting nu de geldigheid van de verblijfsvergunning is verstreken. De vertrektermijn van 0 dagen is gerechtvaardigd. Het verbod op refoulement uit het Vluchtelingenverdrag wordt niet geschonden omdat de asielverzoeken zijn afgewezen en verzoekers in afwachting van de beslissing op de voorlopige voorziening niet worden uitgezet.
Er is geen grond voor schorsing van het bevel tot uitzetting. Het verzoek wordt afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter M. Soffers op 7 mei 2020 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen het bevel tot uitzetting wordt afgewezen.