Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Verzoeker 1], geboren op [geboortedatum] 1958 (verzoeker 1)
[de minderjarige],(verzoekster 2)
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekers, een gezin van Afghaanse nationaliteit, vroegen asiel aan in Aruba vanwege een vermeende familievete en vrees voor vervolging in Afghanistan en Saoedi-Arabië. Verweerder wees de asielaanvragen af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende onderbouwing van het asielrelaas.
Verzoekers stelden dat onmiddellijke uitvoering van de afwijzing onevenredig nadeel oplevert en dat verweerder zijn samenwerkingsplicht niet is nagekomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers onvoldoende objectieve documenten overlegden en dat hun verklaringen tegenstrijdig en niet aannemelijk waren.
De rechter volgde verweerder in de beoordeling dat de vrees voor vervolging op basis van een oude familievete niet geloofwaardig is en dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet leidt tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook werd geoordeeld dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan en dat de asielmotieven van de meerderjarige dochter, die wel asiel kreeg, zelfstandig zijn.
De verzoeken tot voorlopige voorziening werden daarom afgewezen, met de verwachting dat de beschikkingen in bezwaar in stand zullen blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvragen wordt afgewezen.