ECLI:NL:OGEAA:2020:22
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel dienstverband wegens geen kennelijk onredelijk ontslag
Verzoekster was sinds haar indiensttreding in 1996 in dienst van de Sociale Verzekeringsbank (SVb) als Directie Secretaresse. Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd in 2007 is haar arbeidsovereenkomst steeds verlengd, tot zij in juli 2019 de leeftijd van 72 jaar bereikte. De SVb heeft daarop haar dienstverband opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden, ingaande 1 februari 2020.
Verzoekster stelde dat zij onterecht op staande voet was ontslagen en dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege een voorgewende reden en de ernstige gevolgen voor haar. De SVb voerde verweer dat het ontslag rechtsgeldig was gegeven met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn en dat zij als publiekrechtelijke rechtspersoon geen ontslagvergunning hoefde aan te vragen.
Het Gerecht oordeelde dat geen sprake was van ontslag op staande voet, aangezien de arbeidsovereenkomst met inachtneming van opzegtermijn werd beëindigd en geen dringende reden was gegeven. Ook was het ontslag niet kennelijk onredelijk: de SVb had een pensioenuitkering toegekend en verzoekster had twaalf jaar na haar pensioengerechtigde leeftijd doorgewerkt. De financiële gevolgen waren niet onredelijk zwaar in verhouding tot het belang van de SVb.
Verzoekster had ook gesteld dat sprake was van leeftijdsdiscriminatie, maar dit werd niet onderbouwd en niet vastgesteld. Het verzoek tot herstel van het dienstverband en tot schadevergoeding werd daarom afgewezen. Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het dienstverband wordt afgewezen wegens geen kennelijk onredelijk ontslag.