ECLI:NL:OGEAA:2020:537
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallig loon en niet-genoten vakantiedagen aan werknemer
Verzoeker trad op 9 september 2009 in dienst bij Hakmar en zegde zijn arbeidsovereenkomst op per 12 oktober 2019. Na beëindiging van het dienstverband sommeerde verzoeker Hakmar tot betaling van achterstallig loon en niet-genoten vakantiedagen. Hakmar erkende een deel van de vordering, maar betwistte het resterende bedrag en voerde een ontvankelijkheidsverweer.
Het Gerecht oordeelde dat verzoeker ontvankelijk is en dat Hakmar op het moment van beëindiging van het dienstverband Afl. 5.760,- verschuldigd was voor 36 niet-genoten vakantiedagen, alsmede Afl. 1.402,50 aan achterstallig loon. De vordering tot betaling van een hoger bedrag aan achterstallig loon werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De wettelijke verhoging over het loonbedrag werd gematigd vastgesteld op maximaal 15%, terwijl de wettelijke verhoging over vakantiedagen werd afgewezen.
Verder stelde het Gerecht vast dat Hakmar pensioenpremies niet had afgedragen, maar dat dit geen vorderingsrecht voor verzoeker opleverde. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Hakmar wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en niet-genoten vakantiedagen met wettelijke rente en gedeeltelijke wettelijke verhoging.