ECLI:NL:OGEAA:2022:382
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Het Land Aruba heeft ten onrechte het loon van een onderwijzeres eenzijdig ingekort
De onderwijzeres was sinds 2004 in dienst van het Land Aruba en ontving een bruto maandsalaris van Afl. 5.255,-. Het Land had haar loon eenzijdig ingekort, wat de onderwijzeres aanvocht door een vordering in te dienen tot betaling van het achterstallige loon van Afl. 13.781,87, vermeerderd met rente.
Het Land voerde geen inhoudelijk verweer, maar stelde dat de looninkorting in 2019 plaatsvond en dat de onderwijzeres daarin had berust, een beroep op rechtsverwerking. Het Gerecht oordeelde dat enkel tijdsverloop onvoldoende is voor rechtsverwerking en dat het Land geen bijzondere omstandigheden had gesteld die dit beroep konden dragen.
Daarom wees het Gerecht de vordering toe, met een matiging van de wettelijke rente tot maximaal 15%. Het Land werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon, de rente en de proceskosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt veroordeeld tot betaling van het onterecht ingekorte loon met rente en proceskosten.