ECLI:NL:OGEAA:2022:383
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Het Land Aruba heeft ten onrechte loon van onderwijzeres eenzijdig ingekort
De onderwijzeres was sinds 2011 in dienst van het Land Aruba en verdiende een bruto maandsalaris van Afl. 5.255,- op basis van een 138,67-urige werkmaand. Het Land had haar loon eenzijdig ingekort, wat zij betwistte en daarom een vordering tot betaling van Afl. 9.032,21 plus rente instelde bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Het Land voerde geen inhoudelijk verweer tegen de vordering, behalve een beroep op rechtsverwerking vanwege het tijdsverloop sinds de looninkorting in 2019. Dit beroep faalde omdat het Land niet aannemelijk maakte dat bijzondere omstandigheden bestonden die rechtsverwerking konden rechtvaardigen, zoals gerechtvaardigd vertrouwen of onredelijke benadeling.
Het Gerecht stelde vast dat het Land geen andere verweren had ingebracht en wees de vordering toe. De wettelijke rente werd gematigd tot maximaal 15% conform vaste rechtspraak. Daarnaast werd het Land veroordeeld in de proceskosten van de onderwijzeres. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 11 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt veroordeeld tot betaling van het onterecht ingekorte loon met rente en proceskosten.