ECLI:NL:OGEAA:2022:94

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
7 april 2022
Publicatiedatum
29 april 2022
Zaaknummer
AUA202102445
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Retributie- en legesbesluit Inspectie der Invoerrechten en accijnzenArt. 4 lid 2 RetributieverordeningArt. 17-20 Algemene landsverordening belastingenArt. 18 lid 2 Algemene landsverordening belastingen
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep teruggave kosten verzegeling en incassokosten

Belanghebbende, een douane-expediteur, diende een verzoek in tot teruggave van kosten van verzegeling voor de jaren 2014 tot en met 2020 en betaalde daarnaast buitengerechtelijke incassokosten. Na het uitblijven van een beslissing op dit verzoek, kwam belanghebbende in bezwaar en vervolgens in beroep tegen het niet tijdig beslissen op dat bezwaar.

Het Gerecht oordeelde dat het verzoek tot teruggaaf juridisch gezien een bezwaar is tegen de in rekening gebrachte zegelkosten. De Inspecteur heeft volgens artikel 18, lid 2 van de Algemene landsverordening belastingen (ALB) één jaar de tijd om uitspraak te doen op bezwaar. Omdat het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar vóór het verstrijken van die termijn werd ingediend, was het beroep prematuur en derhalve niet-ontvankelijk.

De Inspecteur heeft zich niet inhoudelijk uitgelaten over de teruggave. Het Gerecht heeft daarom niet aan een inhoudelijke behandeling toegekomen. Tevens wees het Gerecht op eerdere jurisprudentie waarin de belastingrechter bevoegd is en de bepalingen van bezwaar en beroep van de ALB van toepassing zijn op deze retributies.

Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak is gegeven door rechter M.M. de Werd op 7 april 2022 te Oranjestad, Aruba.

Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuriteit van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.

Uitspraak

Uitspraak van 7 april 2022
BBZ nrs. AUA202102445 t/m AUA202102452
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], wonende te Aruba,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER INVOERRECHTEN EN ACCIJNZEN, zetelend te Aruba,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Belanghebbende heeft op 26 januari 2021 een verzoek om teruggave van de kosten van verzegeling over de periode 2014 tot en met 2020 ten bedrage van Afl. 2.835 ingediend.
1.2
Belanghebbende is, vanwege het uitblijven van een beslissing op bovengenoemd verzoek, op 9 juni 2021 in bezwaar gekomen.
1.3
Belanghebbende is, vanwege het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaar, op 24 augustus 2021 in beroep gekomen. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van Afl. 25.
1.4
De Inspecteur heeft op 14 oktober 2021 een verweerschrift ingediend.
1.5
De zitting heeft plaatsgevonden op 10 januari 2022 te Oranjestad. Belanghebbende is verschenen. Namens de Inspecteur is verschenen [A]. Het Gerecht heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

2.FEITEN

Belanghebbende is douane-expediteur. In de periode 2014 tot en met 2021 zijn aan hem kosten van verzegeling in rekening gebracht voor de verzegeling van containers met inkomende douanegoederen. Het betreft in totaal een bedrag van Afl. 2.542,50. Belanghebbende heeft die kosten voldaan. Daarnaast heeft hij ter zake van deze kosten buitengerechtelijke incassokosten betaald tot een bedrag van Afl. 254,25.

2.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN

2.1
In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende recht heeft op teruggave van betaalde kosten van verzegeling- voor de jaren 2014 tot en met 2021 ten bedrage van in totaal Afl. 2.542,50 en van de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 254,25.
2.2
Belanghebbende beantwoordt voorgenoemde vraag bevestigend. De Inspecteur heeft zich niet uitgelaten over deze vraag. Hij is van mening dat belanghebbende niet- ontvankelijk verklaard dient te worden in zijn beroep.

3.BEOORDELING VAN HET BEROEP

3.1
Ingevolge artikel 1 aanhef Pro en letter E van het Retributie- en legesbesluit Inspectie der Invoerrechten en accijnzen (AB 2001 no. 90) wordt voor het plaatsen van een zegel of plombe ten behoeve van het Land door de Inspectie der invoerrechten en accijnzen per document Afl. 7,50 retributies en leges geheven. Voormeld besluit dient ter uitvoering van de Retributieverordening (AB 1988 no. GT 4, laatst gewijzigd: AB 2002 no. 125).
3.2
In het verleden is er discussie geweest over de vraag welke rechter bevoegd is in zaken die handelen over de hoogte van op de Retributieverordening gebaseerde retributies en welke bepalingen van bezwaar en beroep daarop van toepassing zijn. Het Gerecht heeft in zijn uitspraak van 28 augustus 2017 geoordeeld dat de belastingrechter bevoegd is en dat daarop vanaf 1 maart 2004 de in artikelen 17 tot en met 20 van de Algemene landsverordening belastingen (hierna: ALB) opgenomen bepalingen van bezwaar en beroep van toepassing zijn (ECLI:NL:OGEAA:2017:677). Dit oordeel is door het Hof bevestigd (vgl. GHvJ van 5 september 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:227). Voormelde bepalingen van bezwaar en beroep gelden aldus ook voor de kosten van verzegeling.
3.3
Ingevolge artikel 4, lid 2 van de Retributieverordening kan bezwaar ingediend worden tegen de vaststelling van de hoogte van de retributie, dat is in dit geval tegen de in rekening gebrachte zegelkosten. Het verzoek om teruggaaf van die zegelkosten van 26 januari 2021 heeft geen juridische basis en zal daarom aangemerkt worden als een bezwaar tegen de in rekening gebrachte zegelkosten. Het gevolg hiervan is dat het op 9 juni 2021 bij de Inspecteur ingediende bezwaar tegen het niet tijdig beslissen als een op die datum bij het Gerecht ingediend beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op het bezwaar dient te worden aangemerkt.
3.4
De Inspecteur heeft ingevolge artikel 18, lid 2 van de ALB één jaar de tijd om uitspraak te doen op een bezwaarschrift. Belanghebbende is op 26 januari 2021 in bezwaar gekomen tegen de in rekening gebrachte zegelkosten. De Inspecteur had derhalve tot 26 januari 2022 de tijd om uitspraken op bezwaar te doen. Het op 9 juni 2021 ingediende beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar is dan prematuur. Hetzelfde geldt voor het vervolgens door belanghebbende op 24 augustus 2021 ingediende beroep tegen het niet-tijdig doen van uitspraken op bezwaar. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaken komt het Gerecht niet toe.
3.5
Ten overvloede merkt het Gerecht op dat de Inspecteur ter zitting heeft toegezegd dat indien de onderhavige situatie gelijk is aan de situatie in de uitspraak van het Gerecht van 5 april 2019 (ECLI:NL:OGEAA:2019:225), de uitkomst van voorgenoemde uitspraak ook hier tot richtsnoer genomen zal worden, ook in het geval sprake is van niet-ontvankelijkheid.

4.PROCESKOSTEN

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

5.DE BESLISSING

Het Gerecht:
- verklaart het beroep niet- ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M de Werd, rechter, en is uitgesproken op 7 april 2022, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: Afl. 75
- personenvennootschappen en rechtspersonen: Afl. 300