Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
Het bepaalde in artikel 1615p BW met betrekking tot ontslag op staande voet is onverminderd de voorafgaande artikelen van toepassing.”
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker trad op 6 mei 2019 in dienst bij Serlimar, een publiekrechtelijke rechtspersoon, als chauffeur. Op 30 mei 2022 werd hij op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal van vijf autobatterijen, die hij op 27 mei had meegenomen. Verzoeker betwistte de diefstal en stelde dat het ontslag onterecht en nietig was.
De procedure omvatte schriftelijke stukken, pleitaantekeningen en mondelinge behandeling op 4 en 28 oktober 2022. Verzoeker vorderde onder meer herstel van de arbeidsovereenkomst en betaling van achterstallig loon. Serlimar voerde verweer en verzocht afwijzing van de vorderingen.
Het gerecht oordeelde dat de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten niet van toepassing is op werknemers bij publiekrechtelijke rechtspersonen zoals Serlimar. Hierdoor kon verzoeker zich niet beroepen op nietigheid of vernietigbaarheid van het ontslag op grond van die wet. Eventuele onrechtmatigheden konden leiden tot schadevergoeding, maar die was niet gevorderd. De vorderingen werden daarom afgewezen en verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot nietigverklaring van het ontslag op staande voet wordt afgewezen omdat de Landsverordening beëindiging arbeidsovereenkomsten niet van toepassing is op publiekrechtelijke werkgevers.