Uitspraak
[V.B.A],
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker was sinds april 2021 in dienst bij [V.B.A] en werkte als chef de cuisine. Op 16 augustus 2023 gaf hij via WhatsApp aan zijn laatste vakantiedagen op te nemen en daarna te stoppen. Na een gesprek op 17 augustus kreeg hij de keuze om een lagere functie te aanvaarden of de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Verzoeker maakte geen keuze en meldde zich op 18 augustus niet ziek, maar kwam ook niet werken. De werkgever sprak daarop ontslag op staande voet uit wegens werkweigering en een verstoorde arbeidsrelatie.
Verzoeker betwistte de dringende reden en stelde dat hij zich wel had afgemeld bij een collega en niet zonder bericht was weggebleven. Het gerecht oordeelde dat het niet komen opdagen onvoldoende was voor ontslag op staande voet, mede omdat de verstoorde arbeidsrelatie niet concreet was onderbouwd. De werkgever had een lichtere maatregel moeten nemen.
De arbeidsovereenkomst blijft daardoor voortbestaan. De werkgever moet het loon vanaf 15 november 2023 betalen, omdat verzoeker zich toen beschikbaar stelde. Verzoekers overige vorderingen, zoals pensioenregeling en loonstroken, werden afgewezen. De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever moet het loon vanaf 15 november 2023 betalen.