De werknemer trad sinds 1999 in dienst bij de stichting Fundacion Lotto Pa Deporte (FLpD) en was supervisor. Sinds 2020 kreeg hij meerdere waarschuwingen over zijn functioneren, waaronder fouten bij het invoeren van loterijresultaten. Na een reeks incidenten in februari 2024, waaronder beledigingen en bedreigingen aan het adres van zijn leidinggevenden en collega’s, werd hij geschorst en vervolgens op 28 februari 2024 op staande voet ontslagen.
De werknemer stelde dat het ontslag nietig was omdat de ondertekenaar van de ontslagbrief niet bevoegd was en hij zich niet slecht had gedragen, mede vanwege alcoholgebruik en uitlokking. De werkgever stelde dat de gevolmachtigde van FLpD bevoegd was en dat de fouten en het onacceptabele gedrag een dringende reden vormden voor ontslag.
Het gerecht oordeelde dat de gevolmachtigde bevoegd was en dat de ernstige beledigingen en fouten voldoende grond vormden voor ontslag op staande voet. Het gedrag van de werknemer, ook onder invloed van alcohol, rechtvaardigde het ontslag. De vorderingen tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling werden daarom afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.