Belanghebbende is in beroep gekomen tegen de definitieve aanslag premie AOV/AWW over het jaar 2015, waarbij een premie-inkomen van 76.500 gulden is vastgesteld en een premie van 11.857 gulden is opgelegd. Het werknemersdeel van de premie bedraagt 3.825 gulden, waarvan reeds 3.013 gulden is ingehouden door de werkgever. Belanghebbende betwist de aanslag en stelt dat deze onterecht is en verminderd moet worden, dan wel dat de aanslag is verjaard.
De Inspecteur handhaaft de aanslag en stelt dat deze niet is verjaard. Het Gerecht oordeelt dat de aanslag terecht is verminderd tot het bedrag dat belanghebbende nog verschuldigd is, namelijk 812 gulden. De Inspecteur kan de te laag betaalde premies niet op de werknemer verhalen, maar dient deze na te heffen bij de werkgever. De vraag over verjaring behoort niet tot de bevoegdheid van de belastingrechter, maar dient aan de civiele rechter te worden voorgelegd.
Het Gerecht wijst het beroep toe, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag tot 812 gulden. Tevens wordt de Inspecteur verplicht het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter Pijnenburg op 25 oktober 2024 te Oranjestad.