Belanghebbende was in 2017 in dienst bij een werkgever en kreeg een aanslag opgelegd voor de premies AOV/AWW over dat jaar. De Inspecteur legde een aanslag op voor het volledige bedrag van de premies, terwijl belanghebbende betoogde slechts het werknemersdeel verschuldigd te zijn. De Inspecteur handhaafde de aanslag, waarna belanghebbende beroep instelde.
Het geschil betrof de vraag of de aanslag aan belanghebbende slechts het werknemersdeel van de premies mag betreffen, aangezien de werkgever minder premies had ingehouden en afgedragen dan verschuldigd. De wetgeving bepaalt dat de premies worden geheven over het premie-inkomen, waarbij de werkgever een toeslag geeft voor het werkgeversdeel en het werknemersdeel via inhouding wordt geheven.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur aan de werknemer slechts voor het werknemersdeel een aanslag kan opleggen en voor het werkgeversdeel een naheffingsaanslag aan de werkgever. Door de aanslag op het volledige bedrag aan belanghebbende op te leggen, miskende de Inspecteur deze wettelijke systematiek. De aanslag werd daarom verminderd tot het bedrag van het nog verschuldigde werknemersdeel. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.