Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
warehouse attendant’, tegen een bruto maandloon van Afl. 2.100,-.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De werknemer, in dienst sinds 2016 als warehouse attendant bij Romar Trading Company N.V., is op 13 juli 2023 op staande voet ontslagen omdat hij zonder toestemming vier potjes babyvoeding aan een collega heeft gegeven. De werknemer stelde dat de producten over datum of beschadigd waren en daarom mochten worden meegenomen, hetgeen door de werkgever gemotiveerd werd betwist.
Tijdens de procedure heeft het gerecht vastgesteld dat de potjes babyvoeding niet over datum waren en niet bestemd waren om zonder toestemming te worden weggegeven. De werknemer heeft onvoldoende concrete feiten aangevoerd om zijn stelling te onderbouwen en werd niet toegelaten tot bewijslevering door getuigen. Het gerecht concludeerde dat de werknemer zich de producten heeft toegeëigend en daarmee het vertrouwen van de werkgever ernstig heeft beschaamd.
Gezien deze omstandigheden is het ontslag op staande voet niet onregelmatig of kennelijk onredelijk. De vorderingen van de werknemer worden daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is terecht gegeven en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen.