Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE FEITEN
In geval van gedwongen ontslag zal met werknemer eenafvloeiingsregelingworden getroffen ter waarde van 18 maanden jaarsalaris inclusief de (gekapitaliseerde) emolumenten.”
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een geschil tussen een voormalig directeur en zijn werkgever, Free Zone Aruba N.V. (FZA), over de uitleg en toepassing van een afvloeiingsregeling in de arbeidsovereenkomst. De directeur werd per 1 januari 2025 ontslagen na ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen.
Partijen verschillen van mening over de betekenis van 'gedwongen ontslag' in de arbeidsovereenkomst en of de afvloeiingsregeling ook bij ontbinding van toepassing is. Het Gerecht oordeelt dat 'gedwongen ontslag' in de arbeidsovereenkomst ook ontbinding omvat, mede gelet op het doel van het beding om het risico van politieke wisselingen af te dekken.
Verder is besproken of het beroep op het beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is vanwege de ernstige verwijten aan de directeur. Het Gerecht stelt dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om nakoming van het beding te weigeren.
Ten slotte is de invloed van de Landsverordening normering topinkomens (LNT) op de hoogte van de vergoeding beoordeeld. Gelet op de LNT is de vergoeding gemaximeerd op Afl. 110.000,- minus de bezoldiging over de periode van vrijstelling, wat resulteert in een toe te kennen bedrag van Afl. 13.065,17 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 januari 2025.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: FZA moet aan de voormalig directeur Afl. 13.065,17 bruto plus wettelijke rente betalen wegens nakoming afvloeiingsregeling.