ECLI:NL:OGEAA:2025:270
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Statenlid tegen uitsluiting buitenlandse vertegenwoordiging wegens strafrechtelijke verdenking
Een Statenlid van Aruba, veroordeeld in eerste aanleg en in afwachting van hoger beroep, werd door de Staten uitgesloten van deelname aan buitenlandse parlementaire delegaties vanwege een beleidslijn die Statenleden met strafrechtelijke verdenking hiervan uitsluit.
Het Statenlid vorderde in kort geding dat deze uitsluiting ongedaan werd gemaakt, stellende dat dit zijn democratische rechten en bevoegdheden schond, waaronder het passief kiesrecht en zijn vertegenwoordiging van kiezers. Het Land Aruba en de Statenleden verweerden zich met het argument van trias politica en het zelfbeschikkingsrecht van de Staten over hun interne aangelegenheden.
De rechter oordeelde dat het Statenlid zijn bevoegdheden binnen Aruba volledig kan uitoefenen en dat de uitsluiting in het buitenland proportioneel is en past binnen het democratisch besluitvormingsproces van de Staten. De rechter benadrukte de terughoudendheid die geboden is bij inmenging in parlementaire aangelegenheden en wees de vordering af.
Het vonnis bevestigt dat de Staten als vertegenwoordiger van het Arubaanse volk het laatste woord hebben over wie hen mag vertegenwoordigen in het buitenland, tenzij een uitzonderlijke situatie aannemelijk wordt gemaakt, hetgeen hier niet het geval was.
De vordering tegen de Voorzitter van de Staten werd niet-ontvankelijk verklaard, en het Statenlid werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van het Statenlid worden afgewezen en hij wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tegen de Voorzitter van de Staten.