Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE FEITEN
3.HET GESCHIL
4.DE BEOORDELING
Afl. 450,-- aan griffierecht, Afl. 235,-- aan explootkosten en Afl. 1.000,-- aan salaris van de gemachtigde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een kortgedingprocedure van een ambtenaar die het Land Aruba verzocht om een interne overplaatsing. Na afwijzing van zijn verzoek en vernietiging van dat besluit door het Gerecht in Ambtenarenzaken, gaf het bestuursorgaan geen tijdige nieuwe beslissing. De eiser startte daarop deze procedure om het Land te dwingen uitvoering te geven aan de uitspraak van 10 maart 2025.
Het Gerecht bevestigt dat de burgerlijke rechter bevoegd is om dwangsommen op te leggen als aanvullende rechtsbescherming bij niet-naleving van ambtenarenrechterlijke uitspraken, conform eerdere jurisprudentie. De primaire vordering tot het geven van een nieuw besluit wordt echter niet-ontvankelijk verklaard omdat dit al door de ambtenarenrechter is bevolen.
De vordering tot oplegging van een dwangsom wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang, nu het Land inmiddels uitvoering heeft gegeven door een nieuw besluit van 30 september 2025. De vordering tot schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat daarvoor een specifieke rechtsgang bij de ambtenarenrechter openstaat die eiser niet heeft gevolgd.
Hoewel de vorderingen worden afgewezen, veroordeelt het Gerecht het Land in de proceskosten van de eiser vanwege het niet tijdig naleven van de ambtenarenrechterlijke uitspraak, waardoor de kortgedingprocedure noodzakelijk werd.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen, maar het Land wordt veroordeeld in de proceskosten.