Uitspraak
1.DE PROCEDURE
CEOvan DPT; hierna: [CEO]), mevrouw [HR-director] (
HR directorvan DPT; hierna: [HR-director]) en de heer [director] (
Director of Operationsvan DPT; hierna: [director]). [Verweerder] is ter zitting verschenen samen met zijn gemachtigde. Partijen hebben bij wijze van re- en dupliek het woord gevoerd - mede aan de hand van de door hen overgelegde en voorgedragen pleitaantekeningen - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
2.DE FEITEN
bus driver/ tour guide.
shop stewardvoor een vakbond aangewezen om de belangen van zijn collega’s bij DPT te vertegenwoordigen.
(…).
Ambassadorhebben beklaagd over het verloop van de door [verweerder] op die dag verzorgde tour, hetgeen op 10 januari 2026 tot een formele klacht van Ambassador aan het adres van DPT heeft geleid. Die klacht luidt als volgt:
(…).
3.HET GESCHIL
4.DE BEOORDELING
tourhadden geboekt voor een rondleiding over het eiland, met als gevolg dat in totaal 30 van die gasten, die erg ontevreden waren over het gedrag van [verweerder], daarover hebben geklaagd bij Ambassador. De door de gasten ingediende klachten hebben uiteindelijk geleid tot een officiële klacht van Ambassador met betrekking tot [verweerder] aan het adres van DPT. DPT heeft ter onderbouwing van het door haar gestelde onprofessionele en onvriendelijke gedrag van [verweerder] verwezen naar de door haar overgelegde klacht van Ambassador, zoals hierboven onder 2.10 weergegeven.
hush money” geëist in ruil voor het niet publiceren van negatieve uitlatingen over het bedrijf op social media. DPT heeft ter onderbouwing hiervan het verslag van de desbetreffende vergadering, dat opgesteld is door [HR-director], in de procedure gebracht. In dit verslag, dat zowel door [HR-director] als [director] is ondertekend, staat onder meer het volgende:
(…)
- AWG 250.000 as representing his personal financial obligations: and
- An additional AWG 150.000. which he referenced in the context of settlement in other jurisdictions. [Verweerder] explicitly referred to this amount using the term “hush money.”.
Kaka di Baca” (vrij vertaald: stuk koeienstront) heeft genoemd.
marinelife” te zien is, hij aan de gasten - ondanks verzoeken daartoe - geen snorkeluitrusting heeft verstrekt en tot slot niet alle in de advertentie vermelde onderdelen van de tour heeft uitgevoerd, nu hij de verplichte stop bij de
Fofoti-boom heeft overgeslagen. Het voorgaande in aanmerking genomen is het Gerecht van oordeel dat voldoende duidelijk is dat de desbetreffende klacht geen verband houdt met de inhoud van de door DPT en Ambassador aangeboden tour, maar het gedrag van [verweerder] - als gids - betreft tijdens de tour.
Fofoti-boom - vanwege een volle parkeerplaats - geen parkeergelegenheid heeft kunnen vinden. Ook deze stelling van [verweerder] kan hem niet baten, nu onbetwist is gesteld dat [verweerder] in een dergelijk geval - conform de geldende procedure - niet zelfstandig mag beslissen om een stop, die onderdeel van de tour vormt, over te slaan, maar contact moet opnemen met de coördinator van DPT om de situatie te bespreken en na te gaan of een alternatieve oplossing gevonden kan worden. Dit heeft [verweerder] niet gedaan.
hush money” te hebben gevraagd in ruil voor het niet plaatsten van negatieve opmerkingen over het bedrijf op social media en heeft daartoe aangevoerd tijdens bedoeld overleg enkel te hebben aangegeven dat het door DPT aangeboden bedrag niet toereikend was om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Ook deze stelling van [verweerder] kan het Gerecht niet volgen. Daartoe is het volgende redengevend, waarbij voorop wordt gesteld dat het Gerecht geen grond of aanleiding ziet te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de opstellers van het litigieuze verslag. Dit temeer omdat gesteld noch is gebleken dat het te dezen gaat om personen die in staat zijn dergelijke valse verklaringen af te leggen, en evenmin is gesteld of gebleken dat die opstellers persoonlijke problemen hadden met [verweerder] en daarom nog een appeltje met hem te schillen hadden.
hush money” heeft geëist van DPT teneinde geen negatieve uitlatingen over het bedrijf op social media te doen. Dit gedrag van [verweerder] - dat als ernstig wangedrag dient te worden gekwalificeerd - heeft het vertrouwen van DPT in hem (dat al geschaad was) verder aangetast en het conflict tussen partijen verder vergroot.
Kaka di Baca” heeft genoemd, wordt als volgt overwogen. Voorop wordt gesteld dat het gebruik van de term “
Kaka di Baca” in het algemeen kwalificeert als een grove belediging. Volgens [verweerder] is tijdens de bijeenkomst een discussie ontstaan die uit de hand is gelopen. [Verweerder] heeft erkend de CEO “
in the heat of the moment” te hebben uitgemaakt voor “
Kaka di Baca” , maar heeft daarbij aangevoerd - zo begrijpt het Gerecht - dat zijn gedrag gerechtvaardigd was nu dit was ingegeven door eerdere beledigingen van de CEO jegens hem. Ook deze stelling van [verweerder] kan het Gerecht niet volgen. [Verweerder] miskent daarmee immers dat de CEO binnen de arbeidsverhoudingen op de werkvloer van DPT hiërarchisch de hoogste positie bekleedt en dat [verweerder] daarom ten opzichte van de CEO gehouden is hoe dan ook respect en bescheidenheid te tonen, zelfs indien de CEO zelf zich beledigend heeft uitgelaten. Verder heeft DPT onbetwist gesteld dat de CEO ter zake van het voorgevallene naar [verweerder] toe zijn verontschuldigingen heeft aangeboden voor zijn gedraging, terwijl omgekeerd [verweerder] dit heeft nagelaten. Het Gerecht is van oordeel dat het hier besproken gedrag van [verweerder] blijk geeft van een ernstig gebrek aan respect voor de hiërarchie binnen DPT. Dit temeer om het navolgende.
,en hoeft DPT absoluut niet te dulden. Ook hier miskent [verweerder] ernstig de omstandigheid dat de rol van shop steward voor een vakbond geen vrijbrief biedt voor doen van dergelijke uitlatingen naar zijn superieuren op de werkvloer van DPT, en zeker niet met betrekking tot de CEO.