Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VERDERE FEITEN
(…).
3.DE VERDERE BEOORDELING
4.DE UITSPRAAK
woensdag 1 juli 2026 om 10:00 uurin zaal A van het in Aruba te J.G. Emanstraat nr. 51 gelegen gerechtsgebouw;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze arbeidsrechtelijke bodemzaak staat het geschil tussen verzoeker en Domesa N.V. centraal over het ontslag op staande voet dat verzoeker op 6 augustus 2024 werd gegeven. Het Gerecht heeft vastgesteld dat Domesa niet heeft bewezen dat verzoeker een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag. Dit volgt uit de onbetrouwbaarheid van de getuigenverklaringen en het ontbreken van bewijs dat alleen verzoeker en een collega over de benodigde codes beschikten om ATM-machines te openen.
Het Gerecht oordeelt dat het onwaarschijnlijk is dat Domesa niet binnen korte tijd nieuwe codes van haar klanten kan verkrijgen, waardoor de door Domesa gestelde situatie niet aannemelijk is. Ook is het onbegrijpelijk dat Domesa niet zelf over dergelijke codes beschikt, wat voor haar eigen risico is.
Gevolg is dat het ontslag op staande voet door verzoeker op 23 september 2024 buitengerechtelijk is vernietigd en de arbeidsovereenkomst onverkort voortduurt. Het Gerecht wijst de vorderingen van verzoeker toe en matigt de wettelijke rente over achterstallig loon tot maximaal 15%. Tevens wordt een comparitie gelast om te onderzoeken of verzoeker elders inkomen heeft genoten sinds het ontslag en hoe hij zijn kosten heeft kunnen betalen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is vernietigd en de arbeidsovereenkomst blijft onverkort voortduren.