Belanghebbende, een NV gevestigd te Curaçao, kreeg een naheffingsaanslag winstbelasting 2012 opgelegd met een verzuimboete van Naf. 2.500 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte. Belanghebbende had echter op 29 mei 2013 uitstel verzocht voor het indienen van de aangifte, waarop de Inspecteur pas op 8 juli 2013 afwezig heeft beslist, wat buiten de wettelijke termijn van 15 dagen viel.
Belanghebbende diende de definitieve aangifte op 17 september 2013 in, binnen de automatisch verlengde termijn van drie maanden. De Inspecteur stelde dat het bezwaar niet ontvankelijk was wegens te late indiening, maar belanghebbende stelde dat zij de boetebeschikking pas op 8 september 2014 ontving en het bezwaar spoedig daarna indiende.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur niet had bewezen dat de boetebeschikking eerder was ontvangen en dat belanghebbende niet in verzuim was. Hierdoor was het bezwaar ontvankelijk en het beroep gegrond. De verzuimboete werd vernietigd omdat belanghebbende tijdig aangifte had gedaan na het uitstelverzoek. Het verzoek om kostenvergoeding in de bezwaarfase werd afgewezen wegens te late indiening, maar belanghebbende kreeg een proceskostenvergoeding van Naf. 1.050 toegekend voor de beroepsfase.
De uitspraak werd gedaan door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 11 april 2017.