Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.4 Administratieplicht
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Ontvankelijkheid bezwaar voor 2001
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een winkelier in kleding en schoenen, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen en vergrijpboetes over de jaren 2001 tot en met 2005 wegens het niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht. Een boekenonderzoek door SBAB toonde aan dat de kasadministratie niet controleerbaar was, onder meer door het ontbreken van registratie van privé-opnames en het niet doorlopend nummeren van z-afslagen.
De Inspecteur legde naheffingsaanslagen en vergrijpboetes van 50% op. Belanghebbende maakte bezwaar, dat voor 2001 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Voor de overige jaren werden de bezwaren ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerecht.
Het Gerecht bevestigde dat de administratieplicht en bewaarplicht waren geschonden en achtte de schending ernstig genoeg voor omkering en verzwaring van de bewijslast. De Inspecteur had de correcties op redelijke wijze vastgesteld. Belanghebbende slaagde er niet in tegenbewijs te leveren. De vergrijpboetes werden gegrond verklaard, maar vanwege een overschrijding van meer dan negen jaar van de redelijke termijn werd een matiging van 20% toegepast.
Het beroep tegen de naheffingsaanslagen en de vergrijpboete 2001 werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen de vergrijpboetes 2002-2005 gegrond werd verklaard met vernietiging van de eerdere uitspraken en matiging van de boetes. Tevens werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergrijpboetes 2002-2005 wordt gegrond verklaard met een matiging van 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn.