Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen voor diverse jaren en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op deze bezwaren. Tijdens de procedure heeft de Inspecteur de aanslagen verminderd en daarmee volledig tegemoetgekomen aan de klachten van belanghebbende.
Het geschil spitste zich toe op de hoogte van de proceskostenvergoeding. Belanghebbende verzocht om een forfaitaire vergoeding, maar de Inspecteur stelde dat de rechtsbijstand niet op zakelijke basis was verleend omdat de gemachtigde partner van belanghebbende is.
Het Gerecht oordeelde dat de beroepen tegen het niet tijdig beslissen en tegen de uitspraken op bezwaar niet-ontvankelijk zijn wegens het ontbreken van belang. Tevens werd vastgesteld dat de rechtsbijstand niet beroepsmatig was verleend omdat de gemachtigde tot hetzelfde huishouden behoort en facturen niet zijn betaald. De Inspecteur werd wel veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen en tegen de uitspraken op bezwaar worden niet-ontvankelijk verklaard en de Inspecteur moet het griffierecht vergoeden.