Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING
Cessantiavoorziening
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een uitgeverij, vormde een cessantiavoorziening voor haar directeur/enig aandeelhouder D en diens echtgenote. De Inspecteur stelde dat deze cessantiavoorziening niet gevormd kon worden omdat beiden niet als werknemers in de zin van de Cessantiaverordening konden worden aangemerkt vanwege het ontbreken van ondergeschiktheid. Het Gerecht bevestigde dit standpunt, verwijzend naar jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat feitelijke zeggenschap en ontslagbevoegdheid bij de aandeelhouders ligt, waardoor geen gezagsverhouding bestaat.
Daarnaast was een vergrijpboete van 25% opgelegd wegens niet tijdige betaling van belasting. Het Gerecht oordeelde dat het standpunt van belanghebbende verdedigbaar was en dat er geen sprake was van grove schuld, waardoor de boete werd vernietigd. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten en griffierecht van het beroep tegen de boete tegemoetgekomen.
Het beroep tegen de naheffingsaanslag werd ongegrond verklaard, waarmee de aanslag in de verminderde vorm bleef gehandhaafd. Het vonnis werd gewezen door rechter Van Suilen op 17 januari 2019.
Uitkomst: Beroep tegen naheffingsaanslag ongegrond, beroep tegen vergrijpboete gegrond en boete vernietigd.