Uitspraak
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
5.Beslissing
bevestigtde uitspraak van het Gerecht.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een onderneming te Curaçao, vormde per 31 december 2011 een cessantiavoorziening voor haar twee directeuren-aandeelhouders en bracht de dotaties ten laste van haar fiscale resultaat. De Inspecteur weigerde deze voorziening te erkennen en legde een naheffingsaanslag winstbelasting op. Het Gerecht in eerste aanleg wees de voorziening af, verwijzend naar het Bakstenen-arrest, omdat niet aannemelijk was dat de directeuren onvrijwillig ontslagen zouden worden.
In hoger beroep stond centraal of de directeuren-aandeelhouders als werknemers konden worden beschouwd voor toepassing van de Cessantialandsverordening. Het Hof stelde vast dat de directeuren niet tegen hun wil kunnen worden ontslagen vanwege hun aandeelhouderspositie en zeggenschap. Hierdoor ontbrak de vereiste ondergeschiktheid en konden zij niet als werknemers worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat de cessantiavoorziening daarom niet gevormd mocht worden, ook niet op grond van het Besluit van de Directeur der Belastingen van juni 1996, dat alleen ziet op juridisch afdwingbare verplichtingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de cessantiavoorziening voor directeur-grootaandeelhouders wordt niet toegestaan.