Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een onderwijzeres in dienst bij een werkgever, was in 2015 niet verzekerd voor de Basisverzekering Ziektekosten (BVZ) omdat zij reeds een ziektekostenverzekering bij een verzekeringsmaatschappij had. Desondanks heeft de werkgever in 2010 een premie BVZ afgedragen, bestaande uit een werknemersdeel en een werkgeversdeel. Belanghebbende kreeg teruggaaf van het werknemersdeel, maar vorderde ook de teruggaaf van het werkgeversdeel.
Het Gerecht stelde vast dat de premie BVZ onverschuldigd was betaald omdat belanghebbende niet verzekerd was. De wet regelt echter niet aan wie de teruggaaf van de onverschuldigde premie toekomt. Het Gerecht oordeelde dat de teruggaaf van het werknemersdeel terecht aan belanghebbende is verleend, maar dat het werkgeversdeel aan de werkgever toekomt, gelet op de wettelijke regeling en vergelijkbare bepalingen in de Nederlandse Zorgverzekeringswet.
Belanghebbende deed een beroep op het vertrouwensbeginsel omdat in eerdere jaren (2013 en 2014) ook het werkgeversdeel werd gerestitueerd. Dit beroep werd verworpen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de Inspecteur een weloverwogen standpunt had ingenomen over de teruggaaf van het werkgeversdeel.
Het beroep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op teruggaaf van het werkgeversdeel van de premie BVZ wordt ongegrond verklaard.