Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
TAXI HOLDINGS LIMITED,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
23 september 2019voor conclusie ex artikel 42 Rv Pro van het Openbaar Ministerie;
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Het geschil betreft de afwikkeling van de First Curaçao International Bank N.V. (FCIB) na intrekking van haar bankvergunning en het uitspreken van een noodregeling. Eisers, bestaande uit meerdere trustmaatschappijen die rekeninghouders van FCIB zijn, vorderen onder meer het ongedaan maken van verhogingen van onderhoudskosten en boetes, en betaling van hun banksaldi.
FCIB heeft de uitkeringsprocedure vastgesteld waarbij rekeninghouders documenten moeten aanleveren om hun tegoeden te kunnen ontvangen. Sommige eisers voldeden hieraan en ontvingen 85% van hun saldo, anderen niet of werden verdacht van betrokkenheid bij strafbare feiten, waardoor uitkering werd geweigerd. Het gerecht stelt dat uitkering alleen kan plaatsvinden na succesvolle materiële beoordeling van de stukken.
De verhoging van de maintenance fee van $50 naar $250 per maand wordt door het gerecht als redelijk beoordeeld gezien de bijzondere situatie van FCIB in vereffening. De inhouding van 15% van het banksaldo als schadevergoeding wegens niet-naleving van de uitkeringsprocedure wordt echter niet gegrond verklaard op hoofdelijke aansprakelijkheid, omdat de schade mede door andere rekeninghouders is veroorzaakt.
Vanwege het lopende strafrechtelijke onderzoek “Amethist” naar de herkomst van gelden en de mogelijke betrokkenheid van de UBO van de trusts, wordt de beslissing over uitkering aan de verdachte categorieën eisers aangehouden. Het OM wordt verzocht hierover te rapporteren. Verder worden vorderingen over rente en incassokosten aangehouden. Het vonnis is gewezen door rechter Th. Veling op 26 augustus 2019.
Uitkomst: Beslissing over uitkering aan verdachte rekeninghouders wordt aangehouden tot OM zich uitlaat over strafrechtelijk onderzoek; verhoging maintenance fee is rechtmatig, inhouding boete niet op grond van hoofdelijke aansprakelijkheid.