Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
TAXI HOLDINGS LIMITED,
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
In deze civiele zaak voor het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao staat de afwikkeling van tegoeden bij de failliete bank FCIB onder noodregeling centraal. Eisers, bestaande uit meerdere trusts en vennootschappen, vorderen uitkering van hun tegoeden en betaling van rente. Het Openbaar Ministerie heeft geen standpunt ingenomen over de herkomst van de fondsen, maar er bestaat een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen.
Het gerecht onderscheidt drie categorieën eisers: zij die hun tegoeden hebben ontvangen, zij bij wie een redelijk vermoeden bestaat dat de gelden uit strafbare feiten stammen, en zij die nog niet de benodigde stukken hebben ingediend. Voor de tweede categorie wordt de uitkering geweigerd vanwege de aanhoudende onzekerheid over de herkomst van de gelden, mede doordat eisers onvoldoende transparantie hebben gegeven.
De rechtbank bevestigt dat FCIB gerechtigd is om uitkering op te schorten bij dergelijke onzekerheid en wijst vorderingen tot uitkering en verklaring voor recht af voor deze eisers. Voor eisers die wel aan hun verplichtingen voldeden, wordt FCIB veroordeeld tot betaling van de contractuele LIBOR-rente over de periode tot uitkering, verminderd met maintenance fees en een schadevergoeding van 15%. Eisers worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: FCIB moet aan bepaalde eisers contractuele rente betalen, terwijl uitkering aan andere eisers wordt geweigerd wegens onzekerheid over criminele herkomst van gelden.