De zaak betreft het ontslag van [verzoekster], statutair directeur bij Caribbean Motors Company B.V. (CMC), die tevens een langdurige arbeidsovereenkomst had. Zij betwistte de rechtsgeldigheid van haar ontslag omdat CMC geen ontslagvergunning van SOAW had verkregen. Het gerecht oordeelde dat op grond van de Landsverordening Beëindiging Arbeidsovereenkomsten deze vergunning niet vereist is voor directeuren, waardoor het ontslag per 15 februari 2019 rechtsgeldig is.
Daarnaast behandelde het gerecht het voorwaardelijke verzoek van CMC tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden. CMC onderbouwde dat het bedrijf al geruime tijd verlies lijdt en dat het noodzakelijk was om medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd hadden bereikt te laten vertrekken, waaronder [verzoekster]. Het gerecht achtte deze omstandigheden voldoende voor ontbinding.
Het gerecht weegt mee dat [verzoekster] al sinds haar pensioengerechtigde leeftijd AOV- en bedrijfspensioen ontvangt en dat een ontbindingsvergoeding niet bedoeld is als aanvulling op het pensioen. Gezien haar lange dienstverband en het feit dat zij zich ruim een jaar kon voorbereiden op het ontslag, wees het gerecht een vergoeding af. De arbeidsovereenkomst wordt voorwaardelijk ontbonden met ingang van de uitspraakdatum, zonder vergoeding, en de proceskosten worden verdeeld.