Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een autoverhuurbedrijf, kreeg een naheffingsaanslag en vergrijpboete opgelegd wegens een vermeende onterechte schuldvrijval van NAf 300.000 op de balans per 31 december 2011. De Inspecteur stelde dat de schuld niet bestond of niet afdwingbaar was, mede omdat H NV, aan wie de schuld zou zijn verschuldigd, haar activiteiten had gestaakt en de lening niet werd afgelost of van rente werd voorzien.
Belanghebbende bracht een koopovereenkomst in waaruit bleek dat zij auto's had gekocht van H NV en de koopsom schuldig was gebleven. De Inspecteur betwistte niet dat de schuld bestond. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat op de balansdatum een juridisch afdwingbare terugbetalingsverplichting bestond, ongeacht of deze aan H NV of aan de directeur-grootaandeelhouder (DGA) was verschuldigd.
De Inspecteur had de schuld ten onrechte vrijgelaten ten gunste van de winst. Omdat de naheffingsaanslag op winstbelasting hiermee kwam te vervallen, werd ook de vergrijpboete vernietigd. Het beroep werd gegrond verklaard, de aanslag en boete vernietigd, en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en vergrijpboete worden vernietigd omdat de schuld van NAf 300.000 op de balansdatum terecht is opgenomen.