Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet-tijdig doen uitspraak
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een coöperatie met ruim 15.000 leden, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag winstbelasting over 2010 en een vergrijpboete van 25%. Zij stelde dat de aanslag en boete te laat waren opgelegd, dat zij een vereniging was en geen onderneming dreef, en dat de aanslag onjuist was vastgesteld. Tevens voerde zij aan dat de boete onterecht was wegens ontbreken van grove schuld en schending van artikel 6 EVRM Pro.
Het Gerecht oordeelde dat de dagtekening van het aanslagbiljet geldt als datum van vaststelling van de aanslag, en dat de aanslag tijdig was opgelegd. De stelling dat belanghebbende een vereniging is, werd verworpen omdat zij statutair een coöperatie is. De fiscale winst werd vastgesteld op NAf 2.398.958, lager dan de commerciële winst, en de aanslag werd dienovereenkomstig verminderd tot NAf 827.641.
De vergrijpboete werd vernietigd omdat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van grove schuld. Belanghebbende had een pleitbaar standpunt ingenomen en de boete was niet proportioneel. Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen de reële uitspraak op bezwaar gegrond. Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt de strikte toepassing van termijnen bij belastingaanslagen, de rechtsvorm van coöperaties onder het Curaçaose recht, en de hoge bewijslast voor het opleggen van vergrijpboetes.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd en de vergrijpboete vernietigd wegens ontbreken van grove schuld.