ECLI:NL:OGEAC:2020:248

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao

Datum uitspraak
6 november 2020
Publicatiedatum
24 november 2020
Zaaknummer
CUR202000156
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 lid 5 LBBLandsverordening beroep in belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep na vermindering aanslag inkomstenbelasting 2016 wegens voorkoming dubbele belasting

Belanghebbende was in bezwaar gegaan tegen de aanslag inkomstenbelasting 2016. De Inspecteur wees het bezwaar aanvankelijk af, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao.

Tijdens de beroepsprocedure verleende de Inspecteur alsnog voorkoming van dubbele belasting voor pensioeninkomsten en verminderde de aanslag overeenkomstig het bezwaar van belanghebbende met NAf 4.050. Hierdoor kon het beroep niet meer leiden tot een gunstiger resultaat voor belanghebbende.

Het Gerecht oordeelde dat het belang bij de beroepsprocedure daardoor was komen te vervallen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd de Inspecteur opgedragen het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden. Belanghebbende was niet verschenen op de zitting, die via videoverbinding werd gehouden.

De uitspraak werd gedaan door rechter D.J. Jansen op 6 november 2020. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.

Uitspraak

Uitspraak van 6 november 2020
BBZ nr. CUR202000156
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
Op het beroep in de zin van de
Landsverordening beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN,zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.HET PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende is op 17 november 2017 voor het jaar 2016 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van NAf 67.886 en een te betalen belasting van NAf 8.186.
1.2
Belanghebbende is op 15 december 2017 in bezwaar gekomen tegen de aanslag inkomstenbelasting.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraak op bezwaar op 29 november 2019 het bezwaar afgewezen.
1.4
Belanghebbende is op 20 januari 2020 in beroep gekomen. Belanghebbende heeft daartoe een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.
1.5
De Inspecteur heeft op 1 oktober 2020 een verweerschrift ingediend.
1.6
De zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2020 te Willemstad. Belanghebbende is, hoewel daartoe op juiste wijze uitgenodigd, zonder berichtgeving niet ter zitting verschenen. Namens de Inspecteur is verschenen [A]. De rechter en de griffier waren aanwezig op het Gerecht in Aruba en hadden een videoverbinding met het Gerecht in Curaçao.

2.BEOORDELING VAN HET BEROEP

2.1
Hangende deze beroepsprocedure is alsnog voorkoming van dubbele belasting verleend voor de pensioeninkomsten. De aanslag inkomstenbelasting 2016 is door de Inspecteur overeenkomstig het bezwaar van belanghebbende verminderd met een bedrag van NAf 4.050. Van de vermindering heeft de Inspecteur een schermprint overgelegd. Dit brengt mee dat dit beroep niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden.
2.2
Daarmee komt het belang aan deze beroepsprocedure te ontvallen (vgl. HR 8 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU4755; HR 3 december 2010, ECLI:NL: HR:2010:BO5988; HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43). Nu belanghebbende geen belang meer heeft bij een uitspraak op het beroep, dient dit beroep blijkens voornoemde jurisprudentie niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.3
Nu de Inspecteur geheel aan de bezwaren van belanghebbende tegemoet is gekomen, dient als hoofdregel de Inspecteur de proceskosten en het griffierecht te vergoeden (vgl. HR 10 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4045).
2.4
Van proceskosten is niet gebleken. Wel dient de Inspecteur op grond van artikel 18, lid 5 LBB het betaalde griffierecht van NAf 50 aan belanghebbende te vergoeden.

3.BESLISSING

Het Gerecht:
  • verklaart het beroep niet- ontvankelijk;
  • draagt de Inspecteur op het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden.
Deze uitspraak is gegeven door mr. D.J. Jansen, rechter, en uitgesproken op 6 november 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Emancipatie Boulevard Dominico “Don” Martina 18
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: NAf. 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500