Belanghebbende kreeg op 8 maart 2018 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd voor september 2017. Na bezwaar en een beroep wegens niet tijdig beslissen, vernietigde de Inspecteur de aanslag op 28 oktober 2020. Belanghebbende trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao oordeelde dat de Inspecteur ernstige onzorgvuldigheid had betracht door ondanks tijdige aangifte en betaling toch een naheffingsaanslag op te leggen. Hierdoor had belanghebbende recht op vergoeding van de kosten van de bezwaarfase. Voor de beroepsfase werd een vergoeding vastgesteld op basis van het bestuursrechtelijk besluit, maar een bovenforfaitaire vergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van vergaande onzorgvuldigheid.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van NAf 200 aan proceskosten en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht van NAf 150. Het beroep werd verklaard kennelijk gegrond en het verzoek tot kostenvergoeding toegewezen.