Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag en verzuimboete opgelegd over het jaar 2016, ondanks tijdige aangifte en betaling van de winstbelasting. Na bezwaar en beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, vernietigde de Inspecteur de aanslag en boete. Belanghebbende trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur ernstige onzorgvuldigheid heeft betracht door tegen beter weten in de aanslag op te leggen vanwege een foutieve verwerking van de betaling. Hierdoor heeft belanghebbende recht op een kostenvergoeding voor de bezwaarfase. De hoogte van deze vergoeding werd vastgesteld op NAf 100.
Voor de beroepsfase werd een vergoeding van NAf 175 toegekend, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Een bovenforfaitaire vergoeding werd afgewezen omdat geen sprake was van vergaande onzorgvuldigheid door de Inspecteur bij het niet tijdig beslissen. Tevens werd het betaalde griffierecht van NAf 150 aan belanghebbende vergoed. Het beroep werd kennelijk gegrond verklaard en de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van in totaal NAf 275 aan proceskosten.