Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen op bezwaar
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Bezwaarfase
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende is eigenaar van een vrijstaande woning op Curaçao en betwist de door de Inspecteur vastgestelde waarde voor de onroerendezaakbelasting (OZB) over het tijdvak 2014-2018. De Inspecteur had de waarde per 1 januari 2014 vastgesteld op NAf 1.100.000, terwijl belanghebbende een lagere waarde van NAf 850.000 vordert vanwege de economische recessie.
Tijdens de procedure heeft het Gerecht vastgesteld dat geen van beide partijen hun voorgestelde waarde voldoende aannemelijk heeft gemaakt. De Inspecteur baseerde zijn waarde op een oude heffingsgrondslag zonder systematische vergelijking en zonder rekening te houden met een verbouwing in 2015. Belanghebbende overhandigde taxatierapporten die niet volgens de vereiste systematische vergelijking waren opgesteld en waarvan de waardepeildatum niet helder was.
Het Gerecht heeft daarom in goede justitie de waarde vastgesteld op NAf 1.075.000 en de eerdere uitspraak op bezwaar vernietigd. Tevens verklaarde het Gerecht het bezwaar voor 2018 niet-ontvankelijk en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werden niet-ontvankelijk verklaard omdat de Inspecteur alsnog uitspraak had gedaan.
Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op NAf 1.075.000 en de aanslag OZB 2014 verminderd; bezwaar OZB 2018 niet-ontvankelijk verklaard.