Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Aanslag premie BVZ
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, met vier studerende kinderen, bracht in zijn aangifte inkomstenbelasting 2018 een bedrag van NAf 40.000 aan studiekosten in aftrek. De Inspecteur accepteerde slechts een klein deel hiervan. Belanghebbende stelde dat de aanslagen onjuist waren opgelegd en dat hij recht had op een hogere aftrek van studiekosten en alimentatie.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op een hoger bedrag aan aftrek van studiekosten. Hoewel bankafschriften werden overgelegd, kon daaruit niet worden afgeleid welk bedrag daadwerkelijk aan studiekosten was betaald. Tevens ontbrak inzicht in de studiefinanciering van de kinderen, waardoor niet kon worden vastgesteld welk bedrag aan studiekosten op belanghebbende drukte.
Verder werd vastgesteld dat belanghebbende ten onrechte voor een kind kindertoeslag categorie I had toegepast terwijl dat kind op 1 januari 2018 nog in Curaçao woonde en dus recht had op categorie III. De aanslagen werden dienovereenkomstig verminderd. Ook werd het standpunt van de Inspecteur gevolgd dat het werknemersdeel AOV/AWW alsnog in aftrek mocht worden gebracht.
Het beroep tegen de aanslag premie BVZ werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen aanslag was opgelegd. Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en droeg op het betaalde griffierecht te vergoeden.
De uitspraak werd gegeven door rechter M.M. de Werd op 27 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en premies worden verminderd naar NAf 340.509 belastbaar inkomen met aangepaste kindertoeslag.