Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.3 Administratieplicht
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet tijdig beslissen
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, een ICT-dienstverlener, werd geconfronteerd met correcties naar aanleiding van een boekenonderzoek over de jaren 2014 en 2015. Deze correcties betroffen privé-uitgaven van de directeur die ten onrechte zakelijk waren geboekt en zakelijke uitgaven die met de privérekening van de directeur waren betaald. Het Gerecht concludeerde dat de tekortkomingen in de administratie ernstig genoeg waren om de bewijslast om te keren, mede omdat voor 2014 de vereiste aangifte niet was gedaan.
De Inspecteur had de correcties gebaseerd op een vermogensvergelijking en stelde naheffingsaanslagen en boetes vast. Belanghebbende betwistte de correcties en stelde dat het om dividenduitkeringen ging die geen invloed hadden op de winst. Het Gerecht verwierp dit standpunt en oordeelde dat de correcties terecht waren toegepast omdat de administratie onvoldoende onderscheid maakte tussen privé en zakelijke uitgaven.
Verder werd geoordeeld dat de boetes passend waren vanwege grove schuld door ondeugdelijke administratie en onjuiste aangiften. De boete voor 2015 werd bevestigd op 25% van de nageheven belasting. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar werd gegrond verklaard, maar het Gerecht zag af van het opleggen van een beslissing op bezwaar om proces-economische redenen. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen en boetes worden bevestigd; het beroep tegen het niet tijdig beslissen is gegrond verklaard.