De Stichting Belangenbehartiging Gedupeerden Online Kansspelen (SBGOK) vordert van SG International N.V. (SGI) de betaling van €65.000,-, vermeerderd met rente en incassokosten, wegens het niet uitbetalen van een saldo aan een speler van het online casino Webbyslot. SGI betwist de vordering en stelt dat het Schots recht van toepassing is en dat sprake is van een niet-rechtens afdwingbare vordering uit spel en weddenschap.
Het gerecht oordeelt dat het recht van Curaçao van toepassing is, omdat SGI opereert onder een vergunning van Antillephone N.V. die voorschrijft dat Curaçaos recht geldt in de relatie tussen casino en speler. Het rechtskeuzebeding in de algemene voorwaarden dat Schots recht voorschrijft is niet rechtsgeldig. Verder is vastgesteld dat de cessie van de vordering van de speler aan SBGOK rechtsgeldig is en dat SGI onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de echtheid van de cessie-akte en handtekening betwijfeld zou moeten worden.
Het gerecht volgt de jurisprudentie dat gokken in online casino's onder de vergunningenregeling niet valt onder het verbod van artikel 7A:1807 BW op vorderingen uit spel en weddenschap. De vordering is dus rechtens afdwingbaar. De door SGI ingeroepen algemene voorwaarden zijn vernietigbaar omdat SGI niet aannemelijk heeft gemaakt dat de speler een redelijke mogelijkheid had om van deze voorwaarden kennis te nemen. Het feit dat de speler twee accounts had, waarvan het eerste was gesloten wegens misbruik van een creditcard door een derde, maakt het aanmaken van een tweede account niet onrechtmatig.
Daarom is SGI gehouden het saldo van circa €65.000,- aan SBGOK te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 december 2019 en €3.000,- aan buitengerechtelijke incassokosten. SGI wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.