Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag premies AOV/AWW 2016, stellende dat het premie-inkomen onjuist was vastgesteld. De Inspecteur handhaafde de aanslag. Het Gerecht oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend en ontvankelijk was.
Het geschil betrof de juiste grondslag voor het premie-inkomen. Het Gerecht stelde vast dat de Inspecteur terecht het genoten loon vermeld op de loonbelastingkaarten als uitgangspunt had genomen, conform de toepasselijke landsverordeningen en belastingwetgeving.
Daarnaast werd vastgesteld dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd, wat onjuist is maar niet leidt tot vernietiging van de aanslag. Het Gerecht vulde de motivering aan en wees het beroep af.
Belanghebbende verzocht tevens om een vergoeding voor immateriële schade wegens de overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. Het Gerecht erkende de overschrijding, mede door een grote brand en de coronacrisis als uitzonderlijke omstandigheden, en kende een vergoeding van NAf 500 toe.
Het Gerecht wees proceskostenvergoeding af wegens gebrek aan bewijs van gemaakte kosten, maar veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag premies AOV/AWW 2016 wordt ongegrond verklaard en een immateriële schadevergoeding van NAf 500 toegekend wegens termijnoverschrijding.