Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde waarde van zijn onroerende zaak voor de OZB 2022. Deze waarde was vastgesteld in het vijfjarige tijdvak 2019-2023, waarin bezwaar alleen in het eerste jaar (2019) mogelijk is. Omdat het bezwaar betrekking heeft op 2022, is het niet-ontvankelijk verklaard.
De Inspecteur heeft het bezwaar onterecht gehandhaafd, maar dit leidt niet tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar. Het Gerecht volgt de lijn van de Hoge Raad dat een dergelijke misslag in het dictum het belang van belanghebbende niet dient.
Belanghebbende was bovendien in 2019 niet belastingplichtige en kon daarom geen bezwaar maken tegen de waarde van dat jaar. De Inspecteur heeft ambtshalve de waarde verlaagd naar NAf 1.050.000 en toegezegd deze verder te verminderen indien belanghebbende een waardedaling kan aantonen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegekend en het griffierecht wordt niet vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag OZB 2022 wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.