Verzoeker trad in april 2021 in dienst bij Mancinelli Recycling. Op 6 februari 2023 werd hij op staande voet ontslagen. Verzoeker betwistte het ontslag en riep de nietigheid in, maar niet tijdig binnen de wettelijke termijn van zes maanden. Het gerecht oordeelde dat de nietigheid niet tijdig was ingeroepen, waardoor het ontslag stand houdt.
Mancinelli Recycling verzocht voorwaardelijk om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie met duurzaam karakter, veroorzaakt door privéconflicten die zich op de werkvloer voortzetten. Het gerecht achtte dit verzoek gegrond en besloot tot ontbinding per 19 januari 2024.
Gezien de omstandigheden werd een billijke vergoeding van NAf 10.000 toegekend aan verzoeker, die pas betaald wordt indien het ontslag op staande voet definitief nietig wordt verklaard. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Mancinelli Recycling kreeg de mogelijkheid het ontbindingsverzoek in te trekken binnen een gestelde termijn.