Verzoekster trad sinds 1 november 2008 in dienst bij Nos Welita als bejaardenverzorger tegen een vastgesteld loon. In januari 2023 gaf zij aan bepaalde taken niet meer te willen uitvoeren, waarna het bestuur haar brief interpreteerde als vrijwillig ontslag per 1 februari 2023. Verzoekster bleef echter na die datum werken totdat zij in maart 2023 gedwongen vakantie kreeg en daarna bij een andere werkgever in dienst trad.
Het gerecht oordeelt dat uit de brief van verzoekster niet blijkt dat zij haar arbeidsovereenkomst wilde beëindigen en dat het ontslag door Nos Welita op 24 maart 2023 gegeven is zonder toestemming. Dit ontslag is derhalve niet rechtsgeldig. Verzoekster vordert loonbetaling vanaf 1 april 2023 wegens nietig ontslag.
De loonvordering wordt afgewezen omdat verzoekster op dat moment al elders in dienst was en niet bereid of in staat was om haar werkzaamheden bij Nos Welita te verrichten. Verzoekster krijgt wel verlof om kosteloos te procederen, maar wordt veroordeeld in de proceskosten, die nihil worden begroot.