Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen naheffingsaanslagen winstbelasting over de jaren 2009 tot en met 2012, inclusief opgelegde vergrijpboetes. Na diverse zittingen en een tussenuitspraak over de bevoegdheid van de Inspecteur, heeft belanghebbende het beroep ingetrokken nadat de Inspecteur besloot de aanslagen en boetes niet te innen.
Belanghebbende verzocht gelijktijdig om een integrale proceskostenvergoeding van NAf 469.631,67 voor advieskosten en professionele bijstand. Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden die een integrale vergoeding rechtvaardigen. Daarnaast kon belanghebbende de hoogte van de gevorderde kosten niet onderbouwen, mede omdat een deel niet betaald was en een groot deel betrekking had op de fase van aanslagregeling.
Het Gerecht concludeerde dat geen recht bestaat op een integrale kostenvergoeding, maar dat belanghebbende wel aanspraak maakt op een forfaitaire proceskostenvergoeding voor de beroepsfase, alsmede op vergoeding van het betaalde griffierecht. De Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van NAf 2.100 aan proceskosten en NAf 150 aan griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter P.A.M. Pijnenburg op 23 februari 2024 en kan binnen twee maanden worden aangevochten bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Curaçao.
Uitkomst: De Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van NAf 2.100 aan proceskosten en NAf 150 aan griffierecht na intrekking van het beroep.