Belanghebbende diende de winstbelastingaangifte over 2021 te laat in, namelijk op 30 december 2022 in plaats van uiterlijk 30 juni 2022. De Inspecteur legde daarom een verzuimboete van NAf 1.500 op. Belanghebbende voerde aan dat technische problemen met het aangifteportaal het tijdig indienen onmogelijk maakten, maar kon dit niet tijdig melden.
Het Gerecht wees het verzoek om uitstel van de zitting af en oordeelde dat belanghebbende voldoende tijd had om de zaak voor te bereiden. De getuige die technische problemen zou bevestigen, verscheen niet, en het Gerecht achtte een verklaring van deze getuige niet noodzakelijk omdat het portaalprobleem geloofwaardig werd geacht, maar niet als rechtvaardiging voor de late aangifte.
De boete is passend geacht op basis van de verzuimenreeks, aangezien ook eerdere jaren te laat waren ingediend. Er was geen sprake van afwezigheid van alle schuld. Wel matigde het Gerecht de boete met 5% vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van vier maanden tussen boetebeschikking en uitspraak.
De boete werd daardoor verminderd tot NAf 1.425. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd. Er werden geen proceskosten toegekend.