Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar tegen de beschikking geen aanslag inkomstenbelasting 2019. De Inspecteur had op 29 december 2022 besloten geen aanslag op te leggen, waartegen belanghebbende op 8 december 2023 bezwaar maakte. Omdat de Inspecteur niet binnen negen maanden een uitspraak deed, stelde belanghebbende op 8 september 2025 tijdig beroep in wegens het niet tijdig beslissen.
Het Gerecht constateert dat de Inspecteur nog geen beslissing op het bezwaar heeft genomen en verklaart het beroep gegrond. Het Gerecht verzoekt de Inspecteur uiterlijk 24 mei 2026 alsnog uitspraak te doen op het bezwaar. Tevens overweegt het Gerecht dat de feiten onvoldoende helder zijn om een voldragen oordeel te kunnen vormen en dat de Inspecteur het bewijs van tijdige verzending van de beschikking niet heeft geleverd.
Daarnaast veroordeelt het Gerecht de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op NAf 700, en draagt op het betaalde griffierecht van NAf 50 te vergoeden. De uitspraak is gegeven door rechter M.M. de Werd op 26 februari 2026 en partijen kunnen binnen twee maanden hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.